home > geschiedenis > De opkomst van
het nazisme
Het nationaal-socialisme
Hitler en de NSDAP
Hitler aan de macht
Reichskristallnacht
Extreem-rechts in België voor de oorlog
De vluchtelingen
Het nationaal-socialisme
Het nationaal-socialisme – afgekort, nazisme – kan samengevat worden in één slogan: “EIN VOLK, EIN REICH, EIN FÜHRER”.
Het begrip Volk staat niet zomaar voor het Duitse volk. Het gaat over een ideaal van raciale zuiverheid. Dat ideaal moet gerealiseerd worden door de onzuivere elementen te elimineren die de Arische en Germaanse suprematie bedreigen.
Bovendien is het ‘volk’ een nationale gemeenschap die in Europa zijn levensruimte moet veroveren. Daartoe worden de arbeiders verenigd in een rassenstrijd, in tegenstelling tot de marxistische idee van klassenstrijd.
De Jood, zondebok en onzuiver element bij uitstek, belichaamt tegelijkertijd het communisme en het kapitalisme. Hij moet verwijderd worden uit Europa. Racisme, antisemitisme en anti-marxisme vormen dus de fundamenten van het nationaal-socialisme.

Antijoodse propaganda (© JMDV)
Het Reich organiseert zich rond de nazipartij en de nazistaat. In de marge daarvan ontwikkelt zich de S.S. (Schutzstaffeln), een autonome organisatie, een partij in de partij en een staat in de Staat. Hun enige wet is trouw de bevelen van de Führer op te volgen en zijn wil uit te voeren, wat die ook moge zijn.
De Führer is een verwijzing naar de Leider, wat het nazisme van Adolf Hitler in verband brengt met het fascisme van Benito Mussolini. Maar de Staat van Hitler beperkt zich niet tot een fascistische en totalitaire dictatuur van één partij. Hitler, Führer van de nazipartij en de Duitse Staat, staat boven de Staat en de partij. Zijn macht weerspiegelt zich in de blinde gehoorzaamheid van de S.S.
Het nazisme gebruikt een nieuwe opvatting van antisemitisme. Tot in de 19de eeuw was het anti-judaïsme religieus en christelijk. De haat was toen gebaseerd op het idee van de Godsmoord, de beschuldiging dat het joodse volk verantwoordelijk was voor de moord op Christus. De joden belijden dus een verkeerde godsdienst en dwalen. Dit anti-judaïsme volstond om sporadische vervolgingen te veroorzaken. Maar binnen deze visie konden de joden wel nog steeds gered worden door zich te bekeren.
Het antisemitisme van de nazi-partij echter is racistisch en heeft niets meer te maken met godsdienst, maar met afkomst en geboorte.
<Top>
Hitler en de NSDAP
In 1919 wordt Adolf Hitler lid van de Duitse Arbeiderspartij, een kleine, onbeduidende partij met nationalistische ideeën maar met weinig leden en weinig geld. Door Hitlers organisatorische en retorische talenten groeit de partij echter zeer snel. Op 24 februari 1920 verandert de partij haar naam in Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). In 1922 wordt Hitler partijleider. Al gauw telt de NSDAP tienduizenden leden.
In het partijprogramma van 1920 staan populaire en krachtige ideeën te lezen:
- Elke burger moet een Volksgenosse zijn. Een Volksgenosse is van Duits bloed zonder onderscheid naar religie. Een Jood kan geen Volksgenosse zijn.
- Elke niet-Duitse immigratie moet verboden worden. Niet-Duitsers die sedert 2 augustus 1914 immigreerden, moeten gedwongen worden Duitsland te verlaten.
- De staat moet de arbeiders- en levensmiddelen voorbehouden voor haar burgers. Wanneer de staat haar burgers niet volledig kan onderhouden, moet zij de vreemdelingen uitwijzen.
- De eerste plicht van elke Duitser is werken.
- Zonder arbeid geen inkomen.
- De creatie van een “Reich”, een sterke staat.
Na de mislukte poging om de Weimarregering omver te werpen, (de ‘bierkelderputsch’), wordt Hitler in november 1923 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf in de gevangenis van Landsberg. Omwille van zijn prestige als politicus wordt hij echter na negen maanden al vrijgelaten. Tijdens zijn comfortabel celleven schrijft hij zijn boek Mein Kampf. Daarin worden zijn opvattingen over de joden wel zeer duidelijk gesteld:
"De jood is en blijft een typische parasiet, die ten koste van zijn gastheer leeft, die zich als een schadelijke bacil over een grooter terrein uitbreidt, waar maar een goede voedingsbodem voor hem te vinden is; maar waar hij verschijnt sterft na korteren of langeren tijd het volk, dat hem herbergt." (p. 373).

Hitler tijdens een redevoering
(© Bundesarchiv Koblenz)
In 1924 behaalt de NSDAP bij de verkiezingen 6,6%. Daarna gaan hun stemmen
een tijdje achteruit maar ondertussen werken zij aan hun interne organisatie
met Gauleiter, stormtroepen (Sturmabteilung
- SA) en veiligheidstroepen (Schutzstaffel - SS).
Bij de verkiezingen van 1930 worden de nazi’s
plots de tweede grootste partij. Dit hebben ze te danken aan een handig
inspelen op de economische crisis. Op hun verkiezingsaffiches staan
verpauperde figuren afgebeeld met de slogan “Hitler, onze laatste
hoop”.
In juli 1932 krijgen de nazi’s 37% procent van
de stemmen (dertien miljoen kiezers) en zijn ze de grootste partij van
Duitsland. Wanneer een aantal maanden later opnieuw verkiezingen
georganiseerd worden, verliezen de nazi’s twee miljoen kiezers.
Hitler is er zich van bewust dat hij nu zo snel mogelijk de macht moet
grijpen, wil hij verder verlies voorkomen.
<Top>
Hitler aan de macht
In januari 1933 komt de nazipartij aan de macht in een coalitie met
centrumrechtse partijen. Hitler wordt door Hindenburg benoemd tot rijkskanselier.
Hindenburg ziet hierin geen gevaar vermits de eigenlijke macht bij de
rijkspresident berust. Maar enkele maanden later heeft Hitler zich bijna
volledig meester gemaakt van de politieke macht in Duitsland.
De Rijksdagbrand op 27 februari 1933 zal de aanleiding
zijn om de president een verklaring te doen ondertekenen waardoor grote
delen van de grondwet ongeldig worden verklaard en willekeurige arrestaties
mogelijk worden. De andere partijen worden ontbonden, de parlementen
en regeringen van de deelstaten worden buiten spel gezet. De vrijheden
van een democratische staat worden vernietigd. Er begint een genadeloze
terreur. Wanneer op 2 augustus 1933 Hindenburg overlijdt, roept Hitler
zichzelf uit tot president van het rijk.

Het volk begroet de Führer
op de “Reichsparteitag” (© JMDV)
Eén van Hitlers eerste beleidsdaden is dus het openen van concentratiekampen
voor zijn politieke tegenstanders: vooreerst de Duitse Communistische
Partij, vervolgens de vakbondsleiders en de Socialistische Partij en
tenslotte al wie zich tegen hem verzet. Tussen 1933 en 1940 zitten gemiddeld
30 à 40 duizend Duitsers opgesloten in concentratiekampen.
Na afgerekend te hebben met de Duitsers die hem tegenwerken,
kan Hitler nu ook zijn racistische ideeën in de praktijk omzetten.
Het begint onmiddellijk in 1933 met een economische boycot tegen de
joden. Jodenwetten volgen elkaar in een hoog tempo op. Alle boeken die
niet beantwoorden aan de nationaal-socialistische ideologie worden op
brandstapels gegooid.
In 1935 legaliseert Hitler de jodenhaat door de Rassenwetten
van Nürenberg in de Duitse wet op te nemen. Deze wetten verbieden
onder andere huwelijken en relaties tussen joden en burgers met Duits
bloed. Joden moeten hun spaargeld afgeven. Joodse mannen moeten nu officieel
‘Israël’ heten, joodse vrouwen ‘Sara’.
In hun paspoort wordt een ‘J’ gestempeld. Tegelijk worden
zeer regelmatig synagogen en joodse begraafplaatsen geschonden. Het
leven wordt onhoudbaar voor de joden in Duitsland.

Economische boycot van joodse winkels
(© Yad Vashem)
<Top>
Reichskristallnacht
In de nacht van 9 op 10 november 1938 culmineert het antisemitisme in
wat men de Kristallnacht is gaan noemen. De aanleiding voor
het geweld is de moord op een secretaris van de Duitse ambassadeur in
Parijs door een zeventienjarige jongen die zijn gedeporteerde familie
wou wreken.
Tijdens de Kristallnacht worden 7500 winkels
geplunderd, 196 synagogen in brand gestoken en ongeveer 25.000 joodse
mannen, waaronder talrijke oud-strijders uit WO I, aangehouden. 91 joodse
mensen worden vermoord. De volgende dag liggen de straten bezaaid met
glasscherven, stukgeslagen meubelen, vernielde koopwaar en aan flarden
gescheurde kledingstukken. De aangehouden joden vervoegen nu de politiek
gevangen in Dachau, Buchenwald en Sachsenhausen. De verzekeringsmaatschappijen
moeten de geleden schade terugbetalen, niet aan de slachtoffers maar
aan het Derde Rijk.
De nazi-propaganda stelt het voor alsof deze actie
spontaan voortkwam uit de woede van het volk, maar in werkelijkheid
was het nauwkeurig opgezet spel van de hand van Propagandaminister Joseph
Goebbels. Achteraf wordt trouwens in alle talen ontkend dat de joden
iets te lijden hebben gehad. Tijdens een persconferentie voor Buitenlandse
correspondenten zegt Goebbels: "Alle verhalen die U heeft gehoord
over zogenaamde plundering en vernieling van joodse eigendommen, zijn
vuile leugens (sind erstunken und erlogen). De joden is geen haar gekrenkt
(Den Juden ist kein Haar gekrümmt worden)".
De Kristallnacht was de laatste openlijke gewelddadige
pogrom tegen de joden in Duitsland. Vanaf dat moment zal alles veel
discreter en geheimzinniger gebeuren.

De synagoge van Baden-Baden, 10 november 1938
(© Yad Vashem)
<Top>
Extreem-rechts in België voor de oorlog
De economische crisis, inflatie en stakingen bevorderen de ontwikkeling van extreem-rechtse bewegingen in België. Deze bewegingen structureren zich in politieke partijen en nemen dan deel aan de electorale strijd.
Het V.N.V. werd opgericht in 1933 en was een radicalisering van de Frontpartij. De taalkwestie en de eis van Vlaamse onafhankelijkheid vormden een belangrijk onderdeel van hun programma. Ook de katholieken zijn vertegenwoordigd in deze partij, hoewel de clerus, die monarchistisch is, het moeilijk heeft met het anti-Belgicisme van VNV.
De leider van het V.N.V., Staf de Clercq (gestorven in 1942), telt onder zijn kiezers de middenklasse en de landbouwersklasse, mensen die het bijzonder zwaar te verduren hadden onder de crisis. De verkiezingsresultaten van het V.N.V kennen in de jaren 30 een constante groei.

Verkiezingen van 1938
(© JMDV)
REX is ontstaan in de Franstalige katholieke kringen rond de universiteit van Leuven. Deze partij heeft geen welomlijnd programma. Het rexisme en zijn leider Léon Degrelle spelen in op de afkeer van het volk voor politiek-financiële schandalen.
Met als slagzin “100% catholique” profiteert Rex van de het feit dat verschillende grote leiders van de katholieke partij verdacht worden van corruptie. Ze behalen 21 zetels bij de verkiezingen van 1936.

Rex kiest een bezem als symbool en roept op
te stemmen voor een "proper beleid".
Niettemin verliest Rex stemmen bij de verkiezingen van 1937. Daar zijn drie redenen voor:
1. Léon Degrelle sluit een samenwerkingsakkoord af met het V.N.V. in 1936. Een deel van zijn Franstalige en Belgicistische kiezers keuren dit af en trekken zich terug uit de partij.
2. De katholieke Eerste Minister, Paul Van Zeeland, richt samen met alle democratische partijen een front op tegen de opmars van het fascisme.
3. Kardinaal Van Roey roept alle christenen, en er zijn er velen binnen Rex, op om te stemmen voor de coalitie van Van Zeeland. Dit betekent het einde van Rex als politieke partij.

Verkiezingsaffiche die oproept om te
stemmen voor Paul VAN Zeeland, 1937 (© JMDV)
Vergelijking van de verkiezingsresultaten van Rex en V.N.V.:
|
1932 |
1936 |
1937 |
Rex |
0 |
11,49% |
4,40% |
V.N.V. |
5,60% |
7,10% |
7,90% |
Het antisemitisme is elementair voor het gedachtegoed van deze twee bewegingen. De thema’s die steeds weer worden hernomen door de extreem-rechtse propaganda verzoenen tegenstrijdige clichés: de jood wordt ervan beschuldigd een kapitalist zonder hart te zijn die op schandalige wijze arbeiders uitbuit, terwijl hij ook de communist zou zijn die de goede werking van de maatschappij in gevaar brengt.
De Jood is niet enkel een schadelijk wezen tussen andere inferieure rassen, hij is de vijand zelf! Hij is de oorzaak van de ellende van Duitsland. Hij heeft de oorlog uitgelokt. Zijn doel is om de wereld te domineren. En hij beweegt de volkeren om dit in het werk te stellen.
Vanaf 1941, wanneer Groot-Brittannië, Rusland en later de Verenigde Staten een alliantie vormen tegen Duitsland, brengt de nazistische propaganda het Joods complot naar voren. Volgens extreem-rechts, schuilt er een jood achter alles wat niet goed gaat in de samenleving. De versmelting van deze thema’s maakt dat men kiezers van zowel de linkerzijde als de rechterzijde aanspreek.

Congres van het Vlaams Nationaal Verbond, 1934
(© Le Soir)
<Top>
De vluchtelingen
De politieke en raciale vluchtelingen komen in België vanaf 1938 in verschillende vluchtelingencentra terecht: Marneffe, Merksplas, Eksaarde of Halle. Naast ambachtslui vindt men in deze kolonies voornamelijk kooplieden en intellectuelen. Aangezien het de bedoeling is dat deze vluchtelingen zo vlug mogelijk emigreren, worden ze omgeschoold en worden er taalcursussen (vooral Engels) ingericht. Tot de recreatiemogelijkheden behoren sport, toneel, film en ’s zondags groepswandelingen op het domein. Niemand mag zonder bijzondere vergunning het domein verlaten. Wie tracht te ontvluchten, wordt onmiddellijk terug over de grens gezet.

Vluchtelingencentrum Merksplas: de bewoners
leren mest uitstrooien, 1939 (© SOMA)
<<--
Vorige pagina - Volgende pagina -->>
<Top>