Banner
Home
Kazerne Dossin
geschiedenis
museum
documentatiecentrum
memoriaal
nieuws
vrienden
info & contact
links

 

Nederlands
français
Deutsch
English
Sitemap

home > nieuws > nieuwsarchief

 

Project Transport XX
April 2007 - Juni 2007

   

 

Op vrijdag 20 april 2007 werd in het Joods Museum van Deportatie en Verzet het project TRANSPORT XX aan de internationale pers voorgesteld.

De overval op TRANSPORT XX is een uniek wapenfeit in de Europese geschiedenis. Op 19 april 1943 werd in Boortmeerbeek een trein overvallen om joodse gevangenen te redden.

TRANSPORT XX is een installatie van 1.200 portretten van de 1.636 gevangenen die met de trein vanuit de Kazerne Dossin naar Auschwitz gedeporteerd werden. De portretten waren te zien langs de Mechelse Ring (Tinellaan), langsheen het oude spoorwegtraject. Tot begin juni 2007 confronteerden honderd strekkende meter zeilen de voorbijgangers met 1.200 gezichten van slachtoffers van een racistische volkenmoord.


Geschiedenis van de overval op Transport XX
Toespraak door Dhr Bart Somers
Toespraak door Dhr Ward Adriaens
Toespraak door Dhr Claude Marinower
Toespraak door Dhr Natan Ramet


 

Geschiedenis van de overval op Transport XX

De overval op Transport XX In 1940 leven er in België circa 70.000 joden. Daarvan worden er 36% gedeporteerd via de Dossinkazerne in Mechelen en 5.034 via het Franse Drancy nabij Parijs. Vanaf de zomer van 1942 tot de zomer 1944 verlaten achtentwintig treinkonvooien het verzamelkamp Dossin. Ze brengen 24.916 joden maar ook 351 zigeuners naar Oost-Europa. Hun bestemming is meestal Auschwitz. Op 19 april 1943 vertrekt het XXste konvooi met 1.636 slachtoffers richting Auschwitz. Het XXste konvooi was een speciaal konvooi. Het was eerst en vooral een uitzonderlijk groot konvooi. De mensen werden voor de eerste keer in beestenwagons - “8 paarden of 40 man’ – vervoerd. Bij vorige konvooien waren het steeds derde klasse treinwagons waardoor gedeporteerden makkelijker via de ramen konden ontvluchten. Ook werden de schuifdeuren bij dit konvooi hermetisch vergrendeld met prikkeldraad. Konvooi XX vervoert de jongste van alle joodse gedeporteerden. Suzanne Kaminsky (nr 215) is slechts enkele weken oud. Ze is geboren op 11 maart 1943. Rond 23u vetrekt de trein uit de Dossinkazerne. Gewapend met één revolver, een stormlamp en een rood papier verplichten drie oud-studenten van het Atheneum te Ukkel, Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon, de trein te stoppen op het traject Mechelen – Leuven tussen Boortmeerbeek en Haacht. Dit is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens anders in Europa is tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een jodentransport. Het XXste konvooi wordt begeleid door een commando van de Schutzpolizei dat speciaal uit Duitsland kwam. Zo’n commando bestond uit één officier en 40 manschappen. Ondanks de bewaking slaagt Robert Maistriau erin één treinwagon open te maken. Zeventien mensen wagen het te vluchten. Terwijl de trein verder rijdt, kunnen nog tientallen gedeporteerden ontsnappen uit andere treinwagons. Sommige gevangenen hadden namelijk zagen, vijlen, tangen en ander materiaal in het stro verstopt en daarmee werden enkele treinwagons van binnenuit geopend. In het totaal kunnen 232 personen ontsnappen uit dit transport - 87 gedeporteerden worden terug gevat en op een volgend transport gezet – 26 gevluchte personen worden gedood en 119 gedeporteerden slagen er in echt te ontsnappen. De jongste vluchteling is amper 11 jaar oud en heet Simon Gronowski. Hij zal door Belgen gered worden. Ook Regine Krochmal, een achttienjarige verpleegster uit het verzet, zal kunnen ontvluchten. Met een broodmes zaagt ze de houten stangen door die voor het verluchtingsgat zijn aangebracht. Ze springt uit de rijdende trein vlak voor hij tot stilstand wordt gedwongen. Ook zij overleeft de oorlog. Onder de 1.404 achterblijvers op het konvooi, zijn 242 kinderen. Op 22 april 1943 komt de trein aan te Auschwitz. Tijdens de selectie worden er maar 521 stamnummers toegekend. Van de mensen die nummers krijgen, zullen er slechts 152 de oorlog overleven. De overige 883 gedeporteerden verdwijnen zonder één enkel spoor na te laten. In de kamparchieven is niets terug te vinden. Of toch wel. Blijkbaar hebben de gedeporteerden bij hun aankomst te Auschwitz het de SS-administratie niet gemakkelijk gemaakt. Een telex van 29 april 1943 van de Reichssicherheitsdienst aan E. Ehlers, SS-Obersturmbannführer en chef van de Sipo-SD in België, doet veronderstellen dat er moeilijkheden waren bij hun aankomst. “Het kamp Auschwitz herhaalt, om voor de hand liggende redenen, zijn verzoek om op geen enkele manier voor hun vertrek de joden die op het punt staan geëvacueerd te worden, ook maar de minste verontrustende mededeling te doen over de plaats waar en de wijze waarop ze zoals voorzien gebruikt zullen worden. Ik vraag u hiervan akte te nemen voor tenuitvoerlegging. In het bijzonder dring ik aan op permanente orders aan de escorte om tijdens de reis geen enkele toespeling te maken, die aanleiding zou kunnen geven tot het oproepen van enigerlei verzet bij de joden, en geen enkel vermoeden op te wekken over de wijze waarop ze zullen gehuisvest worden. Wegens dringend uit te voeren werken, moet Auschwitz er belang aan hechten dat de ontvangst der transporten en hun latere indeling zoveel mogelijk probleemloos verlopen.” (Telex van 29 april 1943) De geruchten over de “Endlösung” hebben klaarblijkelijk weerstand en opstandigheid opgeroepen bij de gedeporteerden. Na de aanval op het XXste konvooi werd het commando versterkt met soldaten uit de wachtcompagnie van de dienst te Brussel. Zij reisden mee tot aan de Duitse grens. 19 april 1943, de dag van de actie tegen het XXste konvooi, is een erg symbolische datum. Op die dag barstte ook de opstand in het getto van Warschau los. Met dank aan http://users.pandora.be/holocaust.bmb/

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© JMDV - Dank aan Bieke, Inge, Jelle, Maaike, Tineke, Mediacentrum KULeuven
jmdv@telenet.be