1756-1781
Bij de eerste oogopslag valt niet onmiddellijk op dat de Kazerne Dossin onlangs de respectabele leeftijd van 250 jaar heeft bereikt. En toch werd het complex al in 1756 gebouwd in opdracht van Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk, waarmee het tot de oudste kazernes van ons land behoort.

© SA Mechelen
Voor de kazerne bestond, werden de Oostenrijkse soldaten ondergebracht bij de burgers thuis, in kloosters en andere tijdelijke onderkomens. Zowel de burgers als de legerleiding waren ontevreden over deze manier van inkwartieren. Langs de andere kant profiteerde de Mechelse economie wel van de toelevering van goederen en diensten aan de garnizoenen in de stad. Daarom besloot het stadsbestuur zwaar te investeren in de bouw van de kazerne. De legerleiding kon vanuit de kazerne ook veel efficiënter het toezicht houden op de manschappen die voordien over de hele stad verspreid zaten.
Voor de uitvoering hebben de militaire architecten nauwkeurig de eisen van het opperbevel in Wenen opgevolgd. Het gevolg is dat de Kazerne Dossin met haar sobere en strenge voorkomen meer verwantschap vertoont met het Weense classicisme dan met de streekeigen architectuur, wat het complex uniek maakt voor België. De kazerne geniet dan ook heel wat belangstelling van bouwkundigen.
De Oostenrijkse troepen werden echter alsmaar talrijker en in 1776 palmde keizer Jozef II het Predikherenklooster tegenover de kazerne in voor inkwartiering van zijn troepen. In 1781 bracht de Oostenrijkse keizer zelfs een bezoek aan de kazerne. Nadien werd die door de stad aan de staat verkocht.

Den 1 Meert 1756 hebben ze de huysen, en hovens daer de Casernen moet staen beginnen af te breken.
In deezen somer 't sedert den
1ste Meert wierden hier een schoone nieuwe Caserne gebouwd om
voetvolk en officierens in te logeeren tegen het klooster van
de Cellebroeders en bij de veste van de Antwerpsche poort alwaer
eertijds de brood-hovens ten tijde van de Fransche gemaekt zijn
geweest. Dezen bouw is vierkantig, lang 343 voeten, breed 180,
behelzende 72 kamers voor soldaeten en 12 quartiers voor officieren.
Den eersten steen wierd geleyd
door den Borgemeester 't Sestigh. Zij gaeven hem een silveren
traweel met eenen vierkantige marmeren steen in de hand waer
op de waepen van Mechelen gekapt stond met een latijnsche inscriptie.
Bron: Fonds Frans Berlemont (Stadsarchief Mechelen)
|
Met dank aan Stadsarchief Mechelen en
aan Beeldbank Mechelen (www.beeldbankmechelen.be).
<Top>